Blogs

Published on January 11th, 2016 | by Arnout

10 lessen die we leren van V&D: deel 2, bakstenen zijn duur

In de vorige post heb je het al kunnen lezen. Bakstenen zijn duur: de grote oude retailreuzen hebben allemaal winkels. Hun businessmodellen zijn gebaseerd op de winkel ervaring. De winkels geven klanten een totaal beleving passend bij het marktsegment waarop de winkel zich richt. Daarnaast biedt het ruimte aan de producten die de winkel wil verkopen en in opslag heeft. Grote retailers hebben vaak ook nog extra’s als toiletten, restaurants en ruimte voor shop-in-shop concepten.
Veelal hebben de ketens deze winkels al jaren en heeft het veel moeite gekost om ze te verkrijgen. Daarnaast zitten deze retailreuzen op AAA-locaties. Deze zijn gewild door veel winkeliers en vaak ook door horeca. Bovendien hebben sommige winkels een beeldbepalend effect op de omgeving. Een vestiging van de Bijenkorf heeft bijvoorbeeld een andere aantrekkingskracht dan een vestiging van Kruidvat. Dat uit zich vaak in het type winkels eromheen. Gemeenten die hun winkelgebied druk willen houden, willen graag succesvolle ondernemingen en een vestiging van V&D zorgde altijd voor veel aanloop.
Sommige winkels zijn in eigendom en beleend, anderen zijn gehuurd. Hoe dan ook, ze zorgen voor hoge lasten. Alleen al onderhoud, schoonmaak en energie zijn vaak slecht voor de marge of prijs van producten. Dit weekend vergeleek ik de prijs van een Lonely Planet gids tussen de boekhandel en een webshop en dat verschil is bijna 20%.  Moderne retailreuzen zitten vaak buiten het centrum. Mediamarkt,  Perry Sport en Decathlon kiezen voor locaties bij woonboulevards en bouwmarkten. De vaak meer industriële locaties zijn eigenlijk grote opslagloodsen die tegelijk dienst doen als showroom, voorraadopslag, logistiek en directe verkoop. Door deze combinatie zijn de prijzen van deze winkels gelijk aan hun webshop en zelfs op het internet concurrerend. Daarnaast is parkeren goedkoop of zelfs gratis en kunnen klanten makkelijk met een auto de winkel bereiken. Auto? Ja, auto, want klanten die de spullen niet willen halen in de winkel, bestellen toch online.
De webshops van deze winkels worden bediend vanuit dezelfde voorraad als de winkel. Vaak is er een centraal distributiecentrum en worden winkel- en distributievoorraad als een vooraad beheerd en verkocht. Bij deze winkels maakt de webshop de bakstenen dus goedkoper. Daarnaast kunnen ze gebruik maken van het netwerk van afhaalpunten van andere winkels als een “leveraged asset”. Toen Ahold in 2012 Bol.com kocht, hebben ze hun supermarkten vrijwel direct ingezet als afhaalpunten voor de webshop. Door locaties waar de logistieke partij een afhaalpunt afspreekt, in te zetten als een plek waar klanten producten kunnen ophalen en retour zenden als ze niet goed zijn, komt de webshop dicht bij klanten die niet naar de winkel komen. Vaak zijn deze afhaalpunten winkels van Primera, Bruna of kantoorboekhandels. Dit zijn kleinere winkels die relatief goedkopere bakstenen gebruiken en door de afhaalfunctie krijgen zij ook meer inkomsten en aanloop. Hier profiteren dus de klant, de retailer en de logistieke dienstverleners. Een moderne retailer zorgt dat hij zo min mogelijk onroerend goed heeft en dat van een ander inzet. En als je veel onroerend goed bezit, dan is de beste move: anderen gebruik te laten maken van jouw bezit en locatie zodat je samen succes kunt hebben.

Comments

comments


About the Author

Working in Business Development at ABN AMRO offers me a wide view of markets. In combination with my broad interests this results in diverse articles. On the blog you will find stuff on tech, on social issues but most about what I like to share out of my life, lots of it is of course related to the life lessons I learned in my practice of Wing Tjun.



Back to Top ↑